Hier is de Nederlandse versie (het origineel):
Waarom een Cocker altijd een beetje lijkt te lachen
Er is iets met een Cocker Spaniel dat je moeilijk kan uitleggen aan iemand die er nog nooit een heeft ontmoet. Het is niet gewoon een vrolijke hond — het is een hond die vrolijkheid lijkt uit te stralen, tot in de puntjes van zijn staart. Wie ooit een Cocker aan de deur heeft zien staan wachten, weet wat we bedoelen: het hele achterlijf wiebelt mee met de staart, alsof blijdschap gewoon te veel is om enkel in één lichaamsdeel te passen.
Die eeuwige goedgeluimdheid is geen toeval. Cockers werden ooit gefokt als jachthonden, maar niet het type dat alleen en op afstand werkte — ze moesten voortdurend dicht bij hun baasje blijven, voortdurend samenwerken, voortdurend aanvoelen wat er van hen verwacht werd. Een hond die dat werk goed doet, moet gevoelig zijn voor stemming, aanhankelijk van aard, en enorm gemotiveerd om die ene glimlach of dat schouderklopje te verdienen. Al die eigenschappen zijn gebleven, alleen wordt het jachtinstinct nu vooral ingezet op een uitgeworpen bal in het park.
Het grappige is dat een Cocker zich daar niet minder gelukkig door lijkt te voelen. Sterker nog, een Cocker heeft eigenlijk maar heel weinig nodig om door het dolle heen te zijn. Een opengaande koelkast, een wandelschoen die uit de kast komt, een plas water waar hij dwars doorheen kan ploeteren — het is allemaal reden genoeg voor een klein feestje. Er wordt wel eens gezegd dat honden ons leren om in het moment te leven, en bij geen enkel ras is dat zo tastbaar als bij een Cocker: ze zijn zelden ergens anders met hun gedachten dan precies hier, precies nu, precies bij jou.
Die gerichtheid op de mens is meteen ook hun grootste kracht én hun grootste kwetsbaarheid. Cockers worden vaak "Velcro-honden" genoemd, en niet zonder reden: de kortste weg naar geluk voor een Cocker loopt altijd langs jouw voeten. Ze voelen bovendien haarfijn aan wanneer jij een mindere dag hebt — en precies dan duiken ze op met een speeltje, een kwispelstaart, of gewoon een kop die tegen je been leunt. Niet omdat het hen geleerd is, maar omdat het gewoon in hun aard zit om die verbinding met jou aan te voelen en erop te reageren.
Misschien is dat uiteindelijk wel het mooiste aan het ras: een Cocker vraagt niet veel om gelukkig te zijn, maar geeft ontzettend veel terug. Geen dag is te grijs, geen wandeling te nat, geen avond te stil om niet toch die staart aan het wiebelen te krijgen. En eerlijk, in een wereld die soms nogal serieus kan zijn, is dat een vaardigheid die niet elke hond — of mens — heeft.